Top tips van ons team
- Start bij Zawiyat Oulmzi: op slechts een uurtje van Marrakech is het perfect om vanaf hier je avontuur door het authentieke Atlasgebergte te beginnen
- Beste periode: maart-juni en september-november voor perfecte wandeltemperaturen en bloeiende valleien
- Breng laagjes kledij mee: het kan ‘s ochtends fris zijn op 2.000+ meter hoogte, maar overdag lekker warm
- Neem cash mee: in de Berberdorpen zijn er geen geldautomaten. Een beetje cash geld is handig voor kleine aankopen, extra drankjes of een theepauze
- Verwacht gastvrijheid: Berbers delen graag muntthee en verhalen, ook als je geen woord Arabisch spreekt
- Boek een meerdaagse hike: in vijf dagen ga je veel dieper het Atlasgebergte in dan met losse dagtrips vanuit Marrakech
Waarom het Atlasgebergte op je bucketlist hoort
Het Atlasgebergte. Misschien niet het eerste gebergte dat in je opkomt als je aan hiken denkt.
Maar dat maakt het juist zo bijzonder.
Want waar combineer je anders spectaculaire berglandschappen met een cultuur die je nergens anders tegenkomt? Waar loop je door dorpen waar families al generaties op dezelfde manier leven? Waar word je spontaan uitgenodigd voor muntthee door mensen die je net hebt ontmoet? Waar voelt elke bocht als een nieuw landschap, van groene valleien tot Sahara vibes?
Het Atlasgebergte strekt zich uit over meer dan 2.400 kilometer door Marokko, Algerije en Tunesië, maar het Marokkaanse deel is veruit het meest toegankelijk en spectaculair voor wandelaars. De Hoge Atlas “Haut Atlas” in het Frans is de meest bekende sectie, met pieken die oplopen tot meer dan 4.000 meter. Denk aan Berberdorpen die tegen de bergen kleven, groene oases tussen roodkleurige rotsen en routes die gaan van relaxte dagtochten tot stevige meerdaagse hikes.
Een meerdaagse hike is dé manier om het Atlasgebergte echt te beleven. Je wandelt van dorp naar dorp, kampeert onderweg tussen de bergen, en elke dag ziet er compleet anders uit. Van stenige bergpassen tot weelderige valleien met walnootbomen. Van rode aarde tot groene terrassen waar groenten groeien.
Bij The Atlas Trail wandel je 5 dagen lang door het hart van het Atlasgebergte. Je start bij Zawiyat Oulmzi vlakbij Marrakech, wandelt via Boulibi naar Col Asderm, passeert Erg en Imi N’Irekt, loopt door de Ouzirimt vallei naar Talat Righane, en eindigt bij de bronnen van Aït Imi. Onderweg kampeer je in de bergen, schuif je ’s avonds aan voor tajines die urenlang hebben staan pruttelen, en ontdek je een kant van Marokko die maar weinig reizigers te zien krijgen.
Maar waarom zou je hier nou écht heen moeten? Hier zijn acht redenen die je misschien over de streep trekken.
1. De gastvrijheid is next level in het Atlasgebergte
Oké, we beginnen meteen met de reden die je waarschijnlijk het minst verwacht, maar die je achteraf het meest bijblijft: de mensen.
Berbers zijn de oorspronkelijke bewoners van deze regio, en gastvrijheid zit zo diep in hun cultuur dat het bijna gênant wordt. Serieus. Je loopt een dorp binnen, en voor je het weet zit je op een tapijt met een glas muntthee in je handen. Vraag je de weg? Grote kans dat iemand je een stuk meeneemt. Of z’n levensgeschiedenis vertelt terwijl zijn vrouw verse broodjes bakt in de houtvuursoven.
Dit is geen toeristisch theater. Dit is gewoon hoe het hier werkt.
Tijdens een meerdaagse hike door het Atlasgebergte ga je echt de bergen in. Overdag wandel je van vallei naar pas, en ’s avonds zet je je tent op op prachtige kampeerplekken. Je eet wat er voor je wordt klaargemaakt, tajines die urenlang hebben staan pruttelen, couscous met groenten en vers brood. Daarna kruip je je slaapzak in met de stilte rond je en een sterrenhemel boven je die je thuis zelden ziet.
Fun fact: in de Berbercultuur is het een eer om gasten te ontvangen. Hoe beter ze voor je zorgen, hoe meer respect ze krijgen in hun gemeenschap. Dus als ze blijven aandringen op nog een kop thee of nog een stuk brood, is dat niet omdat ze denken dat je uitgehongerd bent. Het is gewoon hun manier om te tonen dat je welkom bent.
2. Elk uur ziet het Atlasgebergte er anders uit
Hiken in het Atlasgebergte voelt alsof je door meerdere landen wandelt zonder ooit een grens over te steken. Je start in groene valleien met notenbomen en stromende beekjes, maar een paar uur later zit je al tussen droge hellingen en rode rotsformaties. Hogerop verandert alles opnieuw: kale bergpassen, stevige wind en uitzichten die eindeloos lijken.
En net wanneer je denkt dat het alleen maar ruig en stenig blijft, duik je weer een vallei in waar walnootbomen groeien en water door het landschap snijdt. Dat contrast is misschien wel het strafste. Binnen één dag ga je van groen en levendig naar droog en rotsachtig, en weer terug.
Net daarom blijft het Atlasgebergte zo boeien. Elke bocht brengt iets nieuws, elke klim geeft een ander panorama. Soms kijk je uit over bergketens die maar blijven doorgaan, soms zie je beneden je een dorpje dat bijna opgaat in het landschap. En die kleuren blijven hangen: rood, oranje, oker. Als de zon laag staat, lijken de bergen echt te gloeien. Je camera draait overuren.
3. Je ontkomt compleet aan de massa in het Atlasgebergte
Laten we eerlijk zijn: populaire wandelroutes zijn vaak best druk. Logisch ook, ze zijn populair om een reden. Maar soms wil je gewoon dat gevoel dat het pad even helemaal van jou is.
In het Atlasgebergte? Dat kan echt.
Vooral als je een meerdaagse tocht doet zoals The Atlas Trail, kom je op plekken waar je soms uren geen andere wandelaars tegenkomt. Geen file op de top. Geen wachtrij voor het perfecte Instagram-shot. Gewoon jij, je groep, en de bergen.
Neem bijvoorbeeld de Ouzirimt vallei. Prachtig gebied, maar lang niet zo bekend als de routes rond de Toubkal. Hier loop je door landschappen die eruitzien alsof ze nog nooit door massa’s zijn betreden. Je hoort alleen je eigen voetstappen, het geluid van stromend water, en af en toe een herder die zijn geiten naar beneden drijft.
Dit geeft een vrijheid die je op drukke routes gewoon niet hebt. Je kunt stoppen wanneer je wilt, zo lang kijken als je wilt, en lunch eten op plekken waar je niet constant andere groepen voorbij hoeft te laten.
En in de dorpen? Daar zijn toeristen welkom maar niet overal. In plaatsen zoals Talat Righane of bij de bronnen van Aït Imi krijg je het gevoel dat je echt ergens bent waar niet iedereen komt. Locals zijn nieuwsgierig, kinderen zwaaien, en je voelt je meer ontdekker dan toerist.
4. Het is verrassend toegankelijk voor ‘gewone’ wandelaars in het Atlasgebergte
Je hebt wel een goede conditie nodig. Je gaat zweten, dat sowieso. Maar de routes zijn technisch niet moeilijk. Geen touwen, geen via ferrata’s, geen gedoe aan kabels. Het is vooral wandelen, met af en toe een stevige klim en hier en daar wat rotsblokken onder je voeten.
De meeste paden zijn goed wandelbaar en worden al eeuwen gebruikt door locals die van dorp naar dorp wandelen. Soms zijn ze stenig, soms wat steil, maar niets waar je speciale skills voor nodig hebt. Met een goede conditie is dit voor de meeste mensen perfect haalbaar.
Tijdens The Atlas Trail heb je ook altijd een lokale gids bij je. Die kent het gebied door en door, weet waar de makkelijkste routes liggen, en past het tempo aan de groep aan. Als iemand het zwaar heeft, gaat het gewoon wat langzamer.
En het fijne is dat je de optie hebt om het jezelf lichter te maken. Als je kiest voor bagagevervoer, draag je enkel een dagrugzak met water, snacks, een extra laagje en je telefoon voor foto’s. Zo kan je veel meer focussen op het wandelen en genieten van het landschap.
Ook qua hoogte is het goed te doen. Je zit meestal rond 2.500 tot 2.800 meter, wat voor de meeste mensen goed haalbaar is. De meeste wandelaars merken dat ze na een dag al vlotter stappen en sneller in het ritme komen.
5. De Berber-cultuur maakt het Atlasgebergte uniek
Dit is misschien wel het grootste verschil met andere berggebieden: de cultuur die je hier tegenkomt.
Berbers wonen al duizenden jaren in deze bergen. Lang voordat Arabieren naar Noord-Afrika kwamen, hadden zij hier al hun dorpen, hun taal, hun tradities. En veel daarvan is bewaard gebleven. In de dorpen door het Atlasgebergte spreken mensen nog steeds Tamazight (de Berber-taal), bouwen ze huizen op dezelfde manier als hun overgrootouders, en leven ze van landbouw op terrassen die generaties oud zijn.
Als je hier wandelt, raak je daar onvermijdelijk mee in aanraking. Je eet in hun huizen. Je slaapt onder hun daken. Je ziet hoe ze water verdelen via oude irrigatiesystemen. Hoe ze hun brood bakken in houtvuurovens. Hoe de gemeenschap samenwerkt bij oogsten of bouwen.
En ze vinden het leuk om dat te delen. Heel vanzelfsprekend, zonder show of franjes. Het is gewoon hun dagelijkse leven, en jij mag daar even deel van uitmaken.
In plaatsen als Boulibi of Talat Righane zie je dat heel direct. Kinderen spelen op straat met zelfgemaakt speelgoed. Vrouwen wassen kleding in bergstroompjes. Mannen zitten bij elkaar op een muurtje, pratend over het weer en de oogst. Het is simpel, maar ook mooi. Een herinnering dat geluk niet per se komt van alle comfort en luxe die wij in het Westen hebben.
Fun fact: veel Berber-families in het Atlasgebergte zijn semi-nomadisch. In de zomer gaan ze met hun vee hoger de bergen in, waar het koeler is en er graasland is. In de winter zakken ze af naar de valleien. Dit ritme volgen ze al eeuwen.
6. De sterrenhemel in het Atlasgebergte is prachtig
Misschien niet het eerste waar je aan denkt, maar het is echt de moeite.
Je kent dat wel: thuis zie je met wat geluk de Grote Beer en nog een paar vage puntjes. Door straatverlichting en luchtvervuiling is de lucht gewoon veel minder donker.
In het Atlasgebergte? Compleet andere verhaal.
Omdat je ver van grote steden bent, in dorpen zonder straatverlichting, op hoogte waar de lucht dunner en helderder is, krijg je een nachtelijke hemel die bijna onrealistisch is. Sterren in lagen, zo ver je kunt kijken. De Melkweg als een lichtgevende band door het midden. Vallende sterren zo vaak dat je stopt met wensen doen omdat je niet meer weet wat je moet wensen.
Als je ’s avonds na het eten nog even naar buiten stapt en je kijkt omhoog, dan valt het vanzelf stil. Dat zijn van die momenten waarop je beseft hoe klein je bent, en tegelijk hoe zot het is dat je hier gewoon staat.
Neem wel een extra laagje mee, want de avonden in het Atlasgebergte kunnen fris zijn, zeker op hoogte. Maar geloof me, het is het meer dan waard om nog even buiten te blijven en te kijken naar iets wat je thuis bijna nooit ziet.
7. Je eet verrassend goed in het Atlasgebergte
Laten we eerlijk zijn: als je hoort “meerdaagse bergtocht”, denk je misschien aan droge crackers en instant noodles.
Niet in het Atlasgebergte.
Hier eet je bij lokale families die met trots koken. Tajines die al vroeg op het vuur staan en tot ’s avonds rustig blijven pruttelen. Couscous met groenten uit de eigen tuin. Vers brood dat je nog warm in je handen krijgt. En natuurlijk muntthee in overvloed, zoet, fris en altijd klaar voor nog een rondje.
Het eten is simpel, maar smaakvol. Geen fancy presentaties, geen ingewikkelde sauzen. Gewoon goede ingrediënten, traditioneel bereid, met liefde geserveerd. En na een dag lopen smaakt alles dubbel zo goed.
Ook leuk om te zien: veel families bakken hun brood nog altijd zelf in een traditionele houtoven. Ze plakken het deeg tegen de warme wand en even later halen ze er knapperige, goudbruine broodjes uit. Vaak krijg je dat ’s ochtends vers bij het ontbijt, met wat honing of amlou, een Marokkaanse spread van amandelen en arganolie.
8. Het is een avontuur dat goed te combineren is met andere reisplannen
Het mooie van het Atlasgebergte? Het ligt vlak bij Marrakech.
Geen 10 uur vliegen naar de andere kant van de wereld. Geen eindeloze busritten om bij het startpunt te komen. De meeste meerdaagse hikes starten op ongeveer een uurtje rijden van Marrakech, dus je combineert zo’n avontuur makkelijk met andere delen van Marokko.
Wil je voor of na je wandeling nog een paar dagen in Marrakech zelf? De medina verkennen, over de souks dwalen, tajine eten op een dakterras met uitzicht over de stad, het ligt allemaal binnen handbereik.
Liever richting kust? Essaouira ligt op een paar uur rijden: een relaxte badplaats met witte huizen, verse zeevruchten, en kitesurfers die over het water vliegen.
Of misschien de Sahara? Vanaf het Atlasgebergte is het niet ver naar de woestijn. Een nacht in een Berber-tent onder de sterren, dat is ook een optie.
Het punt is: het Atlasgebergte is geen isolatie-ervaring. Het past perfect in een bredere Marokko-reis. En omdat Marokko relatelijk dichtbij ligt (3,5 uur vliegen vanuit Nederland en België), kun je het ook doen als je niet weken vrij hebt. Een week is al genoeg voor een tocht plus een paar dagen Marrakech. Heb je twee weken? Dan kun je er nog makkelijk de kust of de woestijn bij doen.